Hofkerk, Vierhovenkerk en Wipmolen scriba@lukas-delft.nl
Zending en diaconie

Syrische christenen: ‘Zweven tussen angst in thuisland en onzekerheid in diaspora’

Shadi Haddad vluchtte jaren geleden uit Syrië naar Nederland. Met zijn vrouw en kinderen kwam hij terecht in Delft. Nu werkt hij voor de Protestantse Kerk Nederland (PKN) als ‘bruggenbouwer’ tussen migrantenkerken en lokale geloofsgemeenschappen. Daarnaast is hij oprichter en voorzitter van de Stichting Syrische-Christelijke gemeenschap in Nederland (SCGN), die gebruikmaakt van de Vierhovenkerk. Gevraagd door de redactie schreef hij onderstaand artikel over de omstandigheden van Syrische christenen.

Dit artikel geeft geen persoonlijke mening weer en is niet bedoeld om wie dan ook te beledigen. Het is een weergave van de werkelijkheid en een documentatie van informatie zoals die in bronnen voorkomt.

Sinds de val van het Assad-regime in 2024 is Syrië een nieuwe, turbulente fase ingegaan. Christenen, net als veel andere Syriërs, voelden vreugde over het einde van tientallen jaren autoritair bestuur, dat alle aspecten van het leven beheerste. Er leefde hoop op meer vrijheid, en deelname aan de wederopbouw van hun vaderland. Maar met de komst van de nieuwe machthebbers – vertegenwoordigd door Hayat Tahrir al-Sham onder leiding van Ahmad al-Shar’a (voorheen bekend als Abu Mohammad al-Jolani), de huidige interim-president van Syrië – vervaagde deze hoop snel. Nieuwe gevaren staken de kop op: beperking van religieuze vrijheden, aanvallen op kerken en heilige plaatsen, angst voor willekeurige arrestaties, en pogingen tot islamisering van christelijke wijken. Er waren geruststellende verklaringen, ontmoetingen van de huidige Syrische president met kerkleiders, en beloften om minderheden te beschermen en hen een rol te geven in de opbouw van Syrië. Maar de realiteit van bloedbaden, veiligheidschaos en ernstige mensenrechtenschendingen tegen christenen, druzen en alawieten laat een ander beeld zien: een dagelijks bestaan van angst, ontheemding en overlevingsstrijd.

Gedocumenteerde schendingen

In de periode van 2024-25 zijn er verschillende schendingen gedocumenteerd. Zo werden verschillende kerken, kloosters en begraafplaatsen doelwit van aanvallen, zoals de bomaanslag op de Mar Elias-kerk in Damascus, waarbij tientallen doden en gewonden vielen. Andere incidenten zijn de inname van de Mar Jacobus-kerk in Qamishli en de vernieling van kruisen en graven in Mhardeh (Hama). Andere kerken, zoals de Mar Michael-kerk in Sweida en het Cherubim-klooster in Saidnaya, werden in brand gestoken.

Ook vonden er moorden op basis van religieuze identiteit plaats: de moord op priester Khaled Mazhar en zijn familie in Sweida, en de massamoord op een christelijke familie in de provincie Homs tijdens kerstavond, tonen dat religieuze identiteit een directe aanleiding voor geweld is. Ook aan de Syrische kust werden in maart 2025 verschillende christenen gedood.

Sektarische haat en psychologische terreur namen toe: de toename van haatdragende retoriek en bedreigingen in christelijke wijken zorgde voor veel angst. Er werden posters op kerkmuren geplakt met dreigementen van moord en uitroeiing, en video’s met expliciete bedreigingen circuleerden op sociale media. Incidenten, zoals schoten in de buurt van een priester in Maaloula of verbaal geweld tegen nonnen in Saidnaya, versterkten de onzekerheid. Zelfs binnen de facties waren er tegenstrijdigheden: sommigen riepen op tot bescherming van minderheden, terwijl anderen juist terreur uitoefenden.

Ook ontvoeringen, afpersing en het opleggen van belasting (jizya) kwamen voor: in de omgeving van Damascus werden gezinnen bedreigd en gedwongen geld te betalen om ontvoering of geweld te voorkomen. Hoewel lokale leiders soms konden bemiddelen, bleef deze praktijk bestaan en voedde zij het gevoel van onveiligheid.

Daarnaast namen vluchten en gedwongen migratie toe: na de overname van Aleppo in november 2024 verlieten honderden christelijke families de stad. Ook rond Maaloula vluchtten tientallen gezinnen uit angst voor represailles van extremistische groepen. Aan de Syrische kust moesten opnieuw veel gezinnen vertrekken vanwege het geweld in maart. Ook branden in meerdere dorpen, vermoedelijk aangestoken, veroorzaakten massale verplaatsingen van christelijke en alawitische inwoners.

Historisch perspectief

De uittocht van christenen uit Syrië is geen nieuw fenomeen. Door de eeuwen heen werden zij geconfronteerd met vervolgingen en gedwongen migraties: vanaf de vroege islamitische periode, via de kruistochten, tot de zware tijd onder de Ottomaanse overheersing. Desondanks vormden christenen tot het begin van de twintigste eeuw zo’n dertig tot 35 procent van de Syrische bevolking. Vóór het uitbreken van de oorlog in 2011 werd hun aantal geschat op ongeveer twee miljoen. Nu wonen er nog slechts rond de 300.000 christenen in Syrië, en naar schatting tachtig procent denkt serieus na over emigratie.

Vluchtelingen tussen angst en hoop

In Europa, ook in Nederland, ervaren Syrische christenen een andere zware strijd. Er is gebrek aan stabiliteit: lange asielprocedures houden velen jarenlang in onzekerheid. Families zijn gescheiden: gezinnen leven verspreid over verschillende landen, met verdriet en gemis tot gevolg. Er is angst voor terugkeer: het idee terug te moeten naar Syrië onder islamistisch bewind veroorzaakt diepe angst. En er is onzekerheid: de opkomst van rechtse partijen in Europa versterkt de zorgen. Vluchtelingen worden als één groep gezien, zonder onderscheid tussen kwetsbare minderheden en andere. Voor Syrische christenen maakt dit de toekomst extra onzeker.

Oproep tot solidariteit

De kerk blijft voor velen een plaats van hoop en verbondenheid. In Syrië houden kerken de deuren open, vieren ze de liturgie en verlenen ze waar mogelijk praktische steun. In Nederland bieden lokale kerken en Syrische geloofsgemeenschappen een plek van ontmoeting, steun en kracht. Stichting SCGN, de Syrisch-Christelijke gemeenschap in Nederland, zet zich in om morele, geestelijke en materiële steun te bieden aan vele Syrisch-christelijke gezinnen, in het bijzonder vluchtelingen, onder andere via wekelijkse samenkomsten in de Vierhovenkerk. Daarnaast ondersteunt Stichting Open Hands kwetsbare gezinnen in Syrië met financiële hulp aan mensen met een lichamelijke beperking, weduwen, alleenstaande ouderen en studenten. Op 12 oktober werd hiervoor een speciale collecte gehouden in de wijkgemeenten van de Protestantse Gemeente Delft.

De situatie van Syrische christenen vraagt om blijvende aandacht en inzet. Bijvoorbeeld door het documenteren van schendingen en het pleiten voor handhaving van mensenrechten. Door concrete steun via kerken en humanitaire organisaties. Door het scheppen van veilige plekken van verbondenheid in lokale gemeenschappen. En bovenal: door gebed om kracht en volharding.

Conclusie

Tussen de vreugde over het einde van het Assad-tijdperk en de angst voor het huidige islamistische bewind beleven Syrische christenen een van de zwaarste perioden uit hun geschiedenis. In Syrië zelf worstelen zij dagelijks met terreur en onzekerheid; in de diaspora met angst voor de toekomst en het verlies van hun wortels. Toch blijft er hoop. Syrische christenen verlangen, bidden en werken – samen met andere Syriërs – voor een land waarin recht, vrijheid en saamhorigheid de basis vormen. De kerk, in Syrië en in Nederland, herinnert ons eraan dat geloven niet alleen uit woorden bestaat, maar ook een daad van solidariteit is. Hun verhaal is deel van ons gezamenlijke verhaal als mensen, en zij vormen met alle gelovigen wereldwijd één lichaam: het lichaam van Christus.

Shadi Haddad

Meer verhalen