Hofkerk, Vierhovenkerk en Wipmolen scriba@lukas-delft.nl
Portretten

Wim Loef: ‘Inspirerend om te blijven vernieuwen’

Al jaren is Wim Loef cantor van een aantal cantorijen in de Protestantse Gemeente Delft, met name van die in de HI4-gemeenten (Hof van Delft, Immanuel, Vierhoven). Wie is Wim Loef? En hoe kijkt hij aan tegen de rol van de cantorij in de eredienst? Een gesprek over geschiedenis en toekomst.

Wim: ‘Mijn eerste orgellessen kreeg ik van Ben van Oosten. Van 1984 tot 1991 studeerde ik orgel bij Gerard Akkerhuis en daarna vervolgde ik mijn studie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Leo van Doeselaar, waar ik het masterdiploma Orgel en het diploma Kerkmuziek behaalde. Sinds 1986 ben ik verbonden aan de Doopsgezinde Gemeente in Den Haag als koster en beheerder, in de prachtige Paleiskerk. Als organist ben ik sinds 1978 actief geweest in verschillende kerken, waaronder de Laakkerk in Den Haag, de Petrakerk in Den Haag-Loosduinen, en als cantor-organist in de Fonteinkerk in Voorburg, de Evangelisch-Lutherse Kerk, de Oude Kerk in Voorburg en de Domkerk in De Lier, waar ik nog steeds werkzaam ben. Van 2009 tot 2014 was ik als cantor-organist verbonden aan de Evangelisch-Lutherse Gemeente (ELG) hier in Delft. In 2016 keerde ik terug als cantor. In 2018 fuseerden de cantorijen van de Hofkerk en de ELG. Daarnaast ben ik sinds 2012 verbonden aan de cantorij van de Vierhovenkerk.’

Liturgische vernieuwing

Wim: ‘De meeste cantorijen zijn ontstaan vanuit de liturgische vernieuwing die zich vanaf de jaren zestig in de (protestantse) Nederlandse kerken ontwikkelde. Er kwam hernieuwde aandacht voor het ordinarium van de eredienst (de vaste liturgische onderdelen) en er werden veel nieuwe liederen en liturgische teksten gecomponeerd. Belangrijke impulsen kwamen onder meer vanuit de Oude Kerk in Amsterdam en vanuit de Maranathakerk in Den Haag. Mensen als Willem Barnard, Frits Mehrtens, Willem Vogel, Sietze de Vries, Wim van der Zee en Adriaan C. Schuurman hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan deze ontwikkeling. Ook de Prof. dr. G. van der Leeuwstichting heeft hierin een grote rol gespeeld. De stichting publiceerde in 1968 de Proeve van een Oecumenisch Ordinarium, waarin veel nieuwe melodieën werden opgenomen. Daarnaast verscheen vanaf het midden van de jaren zestig de serie Adem van het Jaar, waarin jaarordes op basis van het Romeins Missaal werden aangeboden, voorzien van nieuwe teksten en liederen.’

Behoefte aan ondersteuning

Wim: ‘Deze ontwikkelingen vonden uiteindelijk hun weerslag in het Liedboek voor de Kerken (1973), waarin veel nieuwe liederen werden opgenomen. Daardoor ontstond ook de behoefte om gemeenten te ondersteunen bij het instuderen en uitvoeren van deze muziek. Dat leidde in veel gemeenten tot de oprichting van cantorijen. Met de verschijning van het Liedboek – Zingen en bidden in huis en kerk (2013) is deze behoefte alleen maar groter geworden, doordat de liturgische mogelijkheden verder zijn uitgebreid. De invulling van de liturgie in onze diensten gaat altijd in samenspraak met de predikant en meestal ook met de organist. We volgen hierin De eerste dag, waarin het oecumenisch leesrooster staat en suggesties voor liederen. En uiteraard volgen we het kerkelijk jaar bij de keuze van de liederen.’

Cantorij is geen koor

Wim: ‘Er bestaat een wezenlijk verschil tussen een koor en een cantorij. Een koor brengt doorgaans zijn eigen repertoire mee. Een cantorij daarentegen laat haar repertoire bepalen door het leesrooster, de liturgie en de kleuren van het kerkelijk jaar. De cantorij heeft daarmee een dienende functie binnen de eredienst. De primaire opdracht van onze cantorij blijft het ondersteunen van de liturgie. Samen met de predikant en de organist bepalen we de vorm van ondersteuning en in welke dienst.’

Wat trekken we aan?

Wim: ‘De visie op koorkleding wel of niet hangt daarmee samen. In de eerste visie is de cantorij onderdeel van de gemeente en hoeft zich daarom niet door kleding te onderscheiden. Een andere opvatting is dat de cantorij een bijzondere liturgische taak vervult en dit zichtbaar mag maken door uniforme kleding. Daarmee straalt de cantorij eenheid uit en wordt haar functie binnen de liturgie onderstreept. Je kunt dit vergelijken met de toga van de voorganger, die zijn of haar bijzondere taak zichtbaar maakt. Zo kan ook de kleding van de cantorij bijdragen aan de liturgische beleving. Het zou interessant zijn om hier eens een gesprek over te voeren… Maar vooralsnog volgen we in de HI4-gemeente de eerste visie.’

Op weg naar de toekomst

Wim: ‘Afgezien van een kleine onderbreking ben ik al sinds 2009 verbonden aan de cantorij van de ELG in Delft, die een lange traditie heeft. Mensen als Boendemaker en Mudde hebben veel betekend voor de ontwikkeling van de kerkmuziek en het cantorijwerk, ook landelijk. Daarnaast verdient Hans Seinstra bijzondere vermelding. Als bestuurslid van de Lutherse Werkgroep voor de Kerkmuziek heeft hij zich jarenlang ingezet voor de cantorij in Delft en heeft hij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling ervan. De cantorijen van de ‘oorspronkelijke’ wijkgemeenten (ELG, Hof van Delft, Vierhoven) leiden officieel nog een afzonderlijk bestaan, al zijn er vaak gezamenlijke projecten. Na het samengaan van de lutheranen met de Protestantse Gemeente Delft is de ELG-cantorij opgegaan in die van de Hofkerk en samen maken ze af en toe deel uit van die van de Vierhovenkerk.’

Inspirerende combinatie van traditie en vernieuwing

Wim: ‘We streven naar een fusie van de HI4-wijkgemeenten in september 2027. Dat lijkt een uitgelezen moment om ook de verschillende cantorijen samen te brengen in één nieuwe cantorij. Een gezamenlijke cantorij kan de liturgie van de nieuwe gemeente op een krachtige en inspirerende wijze ondersteunen. Hierbij kunnen de rijke tradities van de verschillende wijkgemeenten behouden blijven en elkaar versterken. Sinds het Liedboek 2013 zijn er veel nieuwe vormen van liederen bijgekomen. Het is goed om te merken dat zulke vormen landen bij de gemeente en cantorij. Buiten de liederen die al eeuwen meegaan — die daarmee hun kwaliteit bewijzen — is het goed te blijven vernieuwen. Dat vind ik heel inspirerend.’

Meer verhalen